Selecteer een pagina

Finse vasteland.

 

U bevind zich hier: Home » Steensoorten » Ǻland en Finland » Finse vasteland (aland en finland)

a. Finse porfier apliet   –   b. Finse porfier graniet   –   c. Finse rapakivi (z.o. Finland)   –   d. Finse rapakivi   –   e. Nystad graniet   –   f. Perniö graniet   –  g. Reposaari graniet   –   h. Tarkki graniet   –   i. Väkärä graniet   –   j. Vehmaa graniet   –   k. Viborgiet Fins   –   l. Ytö graniet  

a. Finse porfierapliet. (1,6 miljard jaren)

Finse porfieraplieten komen voor op verschillende plaatsen op het Finse vasteland, o.a. in het Vehmaa- en Laitilamassief. De onderlinge verschillen tussen de typen zijn over het algemeen niet al te groot. Wel zijn er verschillen met de porfieraplieten van Åland. De typen van het Finse vasteland zijn over het algemeen lichter van kleur en de mantels om de kaliveldspaten ontbreken vaak of ze zijn minder volledig dan bij de Ålandgesteenten.
De grondmassa is gewoonlijk fijnkorrelig. Her en der vindt men grafische vergroeiingen tussen kwarts en veldspaat. De kleuren zijn meestal lichtrood, lichtbruin of grijsachtig. Plagioklaas komt ook voor, maar biotiet is schaars.

In de grondmassa vinden we verspreid enige rechthoekigeveldspaten, die niet of slechts deels een plagioklaasrand bezitten. Soms komt een ronde veldspaat voor met ommanteling. Behalve de kleine kwartsen in de grondmassa vinden we verspreid een aantal grotere afgeronde of hoekige meest grijs gekleurde kwartsen. De kleur verschilt echter wel wat per type.
In de detailfoto hierboven vinden we enkele opvallende kwartsen met een kern en een bruingrijze ring van later gevormde kwarts. Deze kwartsvorm komt o.a.voor bij gesteenten uit het scherengebied voor de Finse kust.

b. Finse porfiergraniet/granietporfier.  (1,6 miljard jaren)

Finse porfiergranieten en granietporfieren komen zowel voor in het oosten van de Ålandarchipel (Kökartypes) als op het Finse vasteland. De namen “granietporfier” en “porfiergraniet” worden bepaald door de samenstelling van de grondmassa. Granietporfieren hebben een fijn granietische of bijna aplietische grondmassa. Het porfierachtige is hier overheersend. Porfiergranieten hebben een duidelijke granietische grondmassa, die bepalend is voor de naam van het gesteente. Omdat er twijfelgevallen zijn, tonen we hier de twee typen door elkaar.
Deze gesteenten vormen in de rapakivigebieden grotere en kleinere gangen. De stenen zijn gemakkelijk te herkennen door het opvallende verschil in grootte tussen de meestal rechthoekige kaliveldspaten en de fijnkorrelige grondmassa. De grote kaliveldspaten vormen meestal Karlsbader tweelingen. Sommige hebben een plagioklaasring. (Zie nr. 5.)
De kleur van de grondmassa is wisselend. Geel-, rood-, bruin-, grijsachtige kleuren komen allemaal voor. Ze hangen wat samen met het gebied van herkomst.
Plagioklaas vormt zelfstandige kristallen. De kleur is nog al eens opvallend rood. Ook groenige plagioklaas komt geregeld voor. De kwartsen zijn grijs of bruinachtig van kleur.

c. Finse rapakivi. (Zuidoost Finland)

Helaas hebben we maar weinig voorbeelden uit dit gebied. De kans op vondsten van zwerfstenen in Nederland is bijna te verwaarlozen. Deze rapakivi’s zijn groffe gesteenten. Opvallend is het aantal concentrisch gelegen insluitsels van zwart mineraal in de ronde ovoïden.

Enkele zwerfstenen

d. Finse rapakivi. Laitila-/Eurajoki-/Vehmamassief. (1,6 miljard jaren)

De Finse rapakivi’s met plagioklaasringen zijn over het algemeen grofkorrelige geelrode tot rozerode granieten. De ovoïden zijn meestal groter dan bij de stenen van Åland. De plagioklaasranden rond de ovoïden komen op zaagvlakken helaas niet altijd duidelijk naar voren. De grondmassa bestaat gewoonlijk uit een mengsel van veldspaat, kwarts en de zwarte mineralen hoornblende en biotiet. De kwartsen zijn meestal rondachtig en grijs, bruin of blauwachtig en liggen samen met biotiet en hoornblende in kransen om de grote ovoïden heen. De ovoïden zelf bevatten donkere insluitsels van biotiet en hoornblende. Vaak liggen ze wat concentrisch.
Opvallend bij een aantal Finse rapakivi’s is de groene plagioklaas. We kunnen dit goed zien op enkele detailfoto’s. Al deze stenen met groene plagioklaas zijn afkomstig uit het Laitilamassief.

e. Nystadgraniet. Grijs. 

Nystadgraniet is afkomstig uit het kustgebied van Zuidwest-Finland. Ook de Finse naam “Uusikaupunkigraniet” wordt wel gebruikt. We hebben te maken met een over het algemeen middelkorrelige graniet die over het algemeen lichtgrijs van kleur is door de grijze kaliveldspaat en de eveneens grijze plagioklaas. Plagioklaas komt het meest voor. Soms is de hoofdkleur wat geelachtig.
In deze grondmassa ligt deels grijsblauwe en deels bruingele kwarts. Deze bruingele kwarts is het belangrijkste kenmerk voor herkenning. Biotiet ligt verspreid in nestjes door het gesteente.
Soms is het gesteente wat gneisachtig. (Nr. 2) Er toont zich dan een zwakke gelaagdheid doordat biotiet en kwarts in rijen liggen.

f. Perniögraniet. (1,8 miljard jaren)

Perniögranieten zijn afkomstig van het Finse vasteland en het zuidwestelijk kustgebied. De kleur is gewoonlijk grijsachtig of lichtrood. Het gesteente is verder herkenbaar aan de lichtrode tot witachtige veldspaten (microclien). De veldspaten zijn meestal rechthoekig. Ze hebben vaak een lineaire ligging en zijn gelijkgericht. (Foto 9) Onder de veldspaten zijn veel Karlsbader Tweelingen. Veel Perniögranieten maken door de grote rechthoekige microklienveldspaten een porfierische indruk. De randen zijn door chemische aantasting meestal “rommelig”. (Corrosie. Foto 7, 8a) Deze corrosie geldt ook voor de andere mineralen. De veldspaten zijn niet gelijkmatig gekleurd. Vaak hebben ze insluitsels van rode plagioklaas in strepen en kleine opeenhopingen. Bovendien zijn ze perthitisch. (Streepjes of vlekjes van plagioklaas.)
De plagioklaas in Perniögranieten is bruinrood tot bijna rood van kleur. Vaak vormt de plagioklaas een rand om de microklienveldspaten. Ophopingen, meestal klein, komen ook voor. Vooral ook aan de plagioklaas is het gesteente goed te herkennen.
Kwarts komt vrij veel voor (rookgrijs, glaskleur), maar het is onopvallend. De donkere bestanddelen bestaan, zoals in praktisch elke graniet, vooral uit biotiet.
Een kenmerkend bestanddeel van Perniögranieten is het voorkomen van granaten. Deze granaten zitten vol insluitsels. (Foto 4, 5) Een belangrijk kenmerk is de aanwezigheid van granaten, maar in zwerfstenen zijn die granaten vanwege de geringe omvang van de stenen niet altijd aanwezig.

g. Reposaarigraniet

Opvallend in dit gesteente zijn de grote klonters kwart. De grote veldspaten komen in allerlei vormen voor. De kleur varieert van vleesrood tot bruinrood. De plagioklaas is opvallend bruin. (Zie nr. 3) Het komt voor als klonters in de grondmassa en soms als zoom om de veldspaten.
Nr. 2 is een sterk verweerde strandsteen. Reposaari is een dorpje aan de zuidzijde van een schiereiland ten noordwesten van de havenstad Pori aan de Botnische Golf

h. Tarkkigraniet

Tarkkigraniet is afkomstig uit Eurajoki.(o.a. bij de kerk). Het is een sterk zwartwit gevlekte, gelijkkorrelige graniet. Het gevlekte uiterlijk wordt vooral veroorzaakt door de aanwezigheid van een groot aantal aggregaten van biotiet en hoornblende in een massa die verder bestaat uit grijsrode kaliveldspaat, grijsgroenachtig gekleurde plagioklaas en kwarts. Kaliveldspaat is, net als plagioklaas, ruim aanwezig. Deze kaliveldspaten zijn erg onregelmatig van vorm. Ze zijn omstreeks 3 tot 4 mm groot. De plagioklazen hebben over het algemeen hun eigen vorm behouden. (idiomorf). Ze zijn in ons voorbeeld geregeld rechthoekig afgerond. Kwarts komt niet zo heel veel voor. Deze grijsblauwe kwarts ligt soms als korrels maar meestal als kleine klonters rondom de plagioklaas en de kaliveldspaat.
Een door het gevlekte uiterlijk toch wel opvallende graniet.

i. Väkärägraniet

Twee verschillende vaste stukken rots uit de omgeving van Eurajoki. Väkärägraniet is lastig te herkennen omdat er veel overeenkomsten zijn met andere gesteentesoorten. De roodachtige kaliveldspaten zijn onregelmatig of hoekig. Ze zijn duidelijk perthitisch. De kwartsen zijn grijs of blauwachtig. Een deel van de kwartkorreltjes is klein en ligt opgesloten in de kaliveldspaten. Plagioklaas komt weinig voor. Ook donkere mineralen (biotiet) komen gewoonlijk relatief weinig voor. Het mineraal topaas komt gewoonlijk ook voor, maar het is meestal alleen aan te tonen met behulp van een microscoop.

j. Vehmaagraniet

Vehmaagraniet is afkomstig uit het gebied ten noorden van Turku. We hebben hier te maken met een meestal roodachtig of roodbruin gesteente met een regelmatige structuur. De witte variëteit is minder algemeen. Het gesteente heeft kleine wat hoekige kaliveldspaten (orthoklaas), die wat groter zijn dan de meest lichtgrijze en grijsblauwe kwartskorrels. Plagioklaas komt voor als zelfstandige korrels en als insluitsels in de kaliveldspaat. (Zie afb. 4) Verspreid over het gesteente liggen een aantal glanzende biotietblaadjes. Het gesteente is van Hagagraniet te onderscheiden door het gebrek aan biotiet in laatstgenoemde soort. Bovendien ligt de biotiet in Hagagraniet onregelmatiger over het gesteente verspreid. Vehmaagraniet is een fraai gesteente. Een fraai type staat bekend als “Balmoral Red”.

k. Viborgiet van het Finse vasteland. 

Tussen de Åland-Viborgieten en die van het Finse vasteland is vaak een duidelijk kleurverschil. De exemplaren van het Viborgmassief zijn over het algemeen donkerder.(Zie afbeeldingen) De ovoïden van de Åland-Viborgieten zijn meestal kleiner dan die in de stenen van het Finse vasteland. De geringde ovoïden hebben gewoonlijk een opvallend dikke plagioklaasring. Grafische vergroeiingen van kwarts en veldspaat in de grondmassa komen weinig voor. In de ovoïden komen gewoonlijk concentrisch gelegen donkere insluitsels voor. (Zie foto 6)
Viborgiet van Ylämaa is afkomstig uit Zuidoost-Finland, niet ver van de Russische grens. Het gesteente is genoemd naar de Russische stad Viborg.
De kans op een zwerfsteenvondst in nihil. Het landijs uit deze verre oorden heeft ons land waarschijnlijk nooit bereikt. Er zijn deskundigen die verklaren, dat vondsten westelijk van de Duitse rivier de Wezer niet voorkomen. Voor de volledigheid horen ook deze fraaie stenen er nu eenmaal bij.

 

l. Ytögraniet

Ytögraniet is afkomstig uit het Laitilamassief. Het gesteente is te verdelen in twee hoofdvariëteiten. In het centrale deel komen variëteiten voor met lichtgrijze fijnkorrelige aplietische grondmassa. In deze grondmassa liggen glanzende, ronde, zwarte biotietkristalletjes. Verder liggen in de grondmassa een aantal grijze tot zo goed als witte, hoekige kaliveldspaten die onregelmatig over de grondmassa zijn verdeeld. De meestal grijze kwartskorreltjes kunnen enkele mm groot zijn.
De gesteenten uit de randgebieden hebben een middelkorrelige grondmassa van vooral kaliveldspaat en kwarts. De kleur varieert van lichtroze tot bijna wit. Plagioklaas komt voor in kleine hoeveelheden. Biotiet vertoont zich in kleine opeenhopingen en kleine plaatjes. De rechthoekige, sterk glanzende kaliveldspaten zijn grijs tot bijna wit van kleur.

Terug naar: Aland en Finland

Contact opnemen?

2 + 15 =

Statistieken

081969
Gebruikers vandaag : 20
Deze maand : 837
Totaal gebruikers : 3474