Selecteer een pagina

Breccies

a. Exogene Breccies   –   b. Endogene Breccies   –   c. Intrusiebreccies   –
d. Vulkanische Breccies   –   e. Impactbreccies   –   f. Vuursteenbreccies

U bevind zich hier: Home » Steensoorten » Sedimenten » Breccies (sedimenten)

We bespreken de breccies bij de sedimentgesteenten, maar lang alle breccies horen bij deze groep. Vaak hebben ze geen sedimentaire ontstaanswijze. Naast exogene, sedimentaire breccies zijn er o.a. endogene (tektonische) breccies, intrusiebreccies, vulkanische breccies en impactbreccies. Om versnippering tegen te gaan komen ook de niet sedimentaire breccies hier aan de orde.

 

a.Exogene-/sedimentaire breccies.

Sedimentaire breccies, ook wel exogene breccies genoemd kunnen net als conglomeraten op verschillende wijzen zijn ontstaan en kunnen dan ook verschillende kenmerken hebben. Zo kunnen we ook bij breccies aan de hand van de samenstelling van de klasten, spreken van monomicte en polymicte breccies.
Sedimentaire breccies kunnen ontstaan door lawines, modderstromen en als rotsen worden afgebroken. Bij deze afbraak spreekt ijswerking in spleten vaak een belangrijke rol. Als het ijs uitzet, ontstaat allerlei gefragmenteerd materiaal, dat ten slotte als een puinwaaier onder aan de rots komt te liggen, waarna het vaak door water verder wordt getransporteerd. Vindt dicht bij de rots verkitting plaats, dan ontstaat gewoonlijk een exogene breccie. Hoe groter de afstand tussen verkitting en oorspronkelijke rots is, des te meer afgerond de klasten zijn. Ten slotte hebben we niet meer te maken met exogene breccies maar met conglomeraten. Exogene breccies kunnen klasten ven verschillende soort bevatten. De tussenmassa kan fijnkorrelig zijn. Dit soort breccies komt niet zo veel voor. Vuursteenbreccies zijn de bekendste voorbeelden.

Bergpad in de Cevennen. ( Frankrijk) Ook in beboste middelgebergten vormen zich kleine puinkegels.

b. Intrusiebreccies

Ook ontstaan er breccies ten gevolge van vulkanisme. Dit zijn eigenlijk vulkanieten.
Het is mogelijk, dat bij een vulkaanuitbarsting door de werking van het magma brokken omringend gesteente in de magmastroom terecht komen. Ze gaan er als het ware in drijven. Buiten de vulkaan stolt de massa en vormen zich breccies met insluitsels van het meegevoerde gesteente.

c. Endogene of Textonische Breccies

Deze breccies behoren tot de metamorfe gesteenten, omdat ze ontstaan ten gevolge van processen, die zich binnen de rotsen afspelen. Gesteenten komen door grote druk ondergronds onder spanning te staan. In breukzones wordt het gesteente dan verbrijzeld of ontstaan er barsten en scheuren. Onder invloed van water ontstaan er vervolgens chemische processen waardoor het geheel door een bindmiddel wordt samengekit. Vaak is dit kwarts. De verkitte gesteenten zijn niet altijd even hecht. Bij het aanleggen van bijv. tunnels kunnen dergelijke zwak verkitte lagen voor grote problemen zorgen omdat ze kunnen instorten. Heel veel zwerfsteenbreccies behoren bij deze endogene breccies.

d. Vulkanische breccies

Vulkanische breccies ontstaan op berghellingen als allerlei verpulverd materiaal door middel van Gloedwolken en pyroklastische stromen op de berghelling terecht komt Tussen de vulkanische as bevinden zich dan allerlei kantige gesteentebrokjes die samen met een rommelige tussenmassa van vulkanische as, puimsteen en vulkanisch glas worden samengekit tot een breccie. Hoe dichter we bij de vulkaankrater zijn, des te groter de pyroklasten zijn. Vulkanische breccies komen nog al eens voor. Vooral de stenen uit het Oslogebied zijn bekend, maar ze komen ook in andere gebieden voor zoals Småland en het gebied van de Oostzeeporfieren.

e. Impactbreccies

Inpactgesteenten ontstaan, als een meteoriet met een doorsnede va vele honderden meters neerkomt op aarde. Ten gevolge van een enorme hitte die de inslag met zich meebrengt verdampen zowel meteoriet als het omringende gesteente. Verder naar buiten vindt smelting, opsmelting en fragmentatie van de gesteenten plaats. Hierbij kunnen ook breccies ontstaan. Dit soort inslagen is gelukkig uiterst zeldzaam, omdat ze ernstige gevolgen voor het leven op aarde kunnen veroorzaken.
Impactbreccies ontstaan ten gevolge van de enorme druk, hitte en schokgolven die bij de inslag van zeer grote meteorieten ontstaan. Dit soort stenen is soms moeilijk te onderscheiden van ignimbritische breccies met een brokkelige, poreuze en glasrijke matrix. In de matrix van deze stenen kunnen ook glazige slieren (fiamme) voorkomen. In impactbreccies zijn deze slieren echter vaak vervormd en sterk gebogen of geplooid. Voor een verdere beschrijving van de processen, die het ontstaan van dit soort breccies veroorzaken, verwijzen we naar het hoofdstuk Mieniet.

f. Vuursteenbreccies

Vuursteenbreccies behoren tot de exogene/sedimentaire breccies. Ze zijn gevormd in het Tertiair. Ze kunnen in verschillende gebieden zijn gevormd. Een bekende plaats van herkomst is de bodem van het Skagerrak. Vuursteenbreccies zijn ontstaan, doordat een vuursteenmassa omlaag is gevallen en door deze val is verbrijzeld. Dit is duidelijk te zien aan het grote aantal scherfachtige en puntige lichtgekleurde vuursteenbrokjes, die door een bindmiddel van kalk aan elkaar zijn gekit. Dit grote blok op afbeelding 4 is afkomstig uit West-Jutland, waar het samen voorkomt met o.a. vuursteenconglomeraten en allerlei stenen uit Zuid-Noorwegen. (Oslogebied). De herkomst van deze steen is zeer waarschijnlijk evenals de vuursteenconlomeraten, de reeds genoemde zeebodem tussen het Skagerrak en Zuid-Noorwegen. In dat geval is het een piepjonge steen van minder dan 20 miljoen jaren oud.

g. Voorbeelden

1. Jutland. Dk. Een monomicte breccie. Endogeen.
2. Breccie Frydendal. Een breccie van het Forsmarktype
3. Flyvesandet. In deze duidelijk monomicte, breccie bestaan de klasten uit roodbruine pegmatiet 4. Breccie Als. Monomicte breccie. Het is duidelijk te zien, dat we hier te maken hebben met een exogene breccie. De smalle breuken zijn opgevuld met een donker glasachtig materiaal.
5. Fünen Een fraaie breccie. Tussen het bindmiddel liggen nog allerlei mineralen, waaronder groene epidoot.
6.Elp. Een monomicte endogene jaspisbreccie.
7. Een fraaie breccie. Tussen het bindmiddel liggen nog allerlei mineralen, waaronder groene epidoot.
8. Frydendal. Melafierbreccie. Dit is eigenlijk een breccie van Melafier-amandelsteen. (Amygdaloïdale paleobasalt). De amandels zijn voor een groot deel opgevuld met hetzelfde materiaal als de matrix. Het groene mineraal is waarschijnlijk epidoot.
9. Duitse Oostzeekust Vulk. Breccie Een breccie met een duidelijk vulkanische matrix. Deze matrix wordt gedomineerd door slierige insluitsels en kleine glasachtige opvulling.

Terug naar Sedimenten

Contact opnemen?

6 + 9 =

Statistieken

079623
Gebruikers vandaag : 41
Deze maand : 786
Totaal gebruikers : 1128