Selecteer een pagina

Filipstadmassief

U bevind zich hier: Home » Steensoorten » Zw. Zweden / Filipstadmassief » Filipstadmassief (zw. zweden / filipstadmassief)

a. Algemeen   –   b. Gedeformeerd   –   c. Rode plagioklaas   –   d. Hulsjötype grijs   –   e. Overige   –   f. Kristinehamn graniet

a. Filipstadgraniet. Algemeen. (1,8 miljard jaren)

Dit enkele honderden kilometers lange massief heeft een groot aantal variëteiten opgeleverd van granieten met geringde kaliveldspaten, die we zo goed mogelijk zullen proberen te plaatsen en te beschrijven. Vergissingen zijn hierbij echter niet uitgesloten en mogelijk zullen er ten gevolge van veranderende inzichten veranderingen in plaatsvinden.

Filipstadgranieten en verwante gesteenten zijn afkomstig van een zeer groot langgerekt massief. Dat zich globaal uitstrekt van over de Noorse grens langs steden als Hagfors en Filipstad naar de noordkant van het Vättermeer. Vandaar strekt het zich zuidoostelijk uit naar Östergotland (o.a.Kindagraniet) en zuidelijk over het Vättermeer naar het gebied ten zuiden van Jönköping. (Barnarpgraniet) In dit gebied dat enkele honderden km lang is komt een grote verscheidenheid aan gesteenten voor, die bepaalde kenmerken van het Filipstadmassief bezitten, maar daarnaast ook eigen kenmerken hebben. (Kindagraniet, Barnarpgraniet, Kristinehamngraniet). Alle gesteenten uit de Filipstadfamilie zijn porfierisch en ze hebben grote roodachtige of bruingetinte kaliveldspaateerstelingen. Vaak komen in dezelfde steen veldspaten voor met verschillende kleuren. Veel veldspaten hebben een lichte of soms een roodachtige plagioklaasmantel In de grondmassa liggen verder vrij veel plagioklaas, lichtgrijze of blauwachtige kwarts en een aantal aggregaten van vooral biotiet en soms wat hoornblende. Sommige typen zijn vrij sterk gedeformeerd.

 

b. Filipstadgraniet gedeformeerd

Gedeformeerde Filipstadgranieten komen vooral voor tussen Filipstad en Karlskoga. De karakteristieke ringen schijnt men pas goed te zien in een verweringskorst. Dat geldt hier duidelijk voor steen 1. Er is echter niet uit te sluiten, dat de getoonde stenen uit een ander gebied binnen het Filipstadmassief afkomstig zijn.
De steen van foto 5 is opvallend. Dit sterk gedeformeerde type doet sterk denken aan een ogengneis. Het gehalte aan rode plagioklaas is opvallend. Vooral op de verweerde buitenkant vormt deze rode plagioklaas fraaie ringen om een aantal kaliveldspaten. De aanwezigheid van deze rode plagioklaasringen duidt er op, dat het gesteente mogelijk afkomstig is uit Östergötland of ten noorden van het Vättermeer.

c. Filipstadgraniet met rode plagioklaas.

1 en 2. Filipstadgraniet. Noordoostpolder.
Dit soort stenen met zwarte grondmassa, hoekige kaliveldspaten en rode plagioklaasringen komt voor in Östergotland.
3. Filipstadgraniet. Hindsholm. Een vrij lichtgekleurd type.

4. Filipstadgraniet. Trimunt.
Een Filipstadgraniet met grijsbruine kaliveldspaten in een zwarte grondmassa. Sommige kaliveldspaten zijn wat roodachtig. Verder zien we wat lichtgekleurde plagioklaaskorrels. Deze kenmerken horen bij stenen van de zuidelijke variant.

5. Filipstadgraniet.Bruinviolet. Naesby Dale.
Een steen met een zwarte grondmassa, bruin tot violette kaliveldspaten met plagioklaasstrepen, witte of roodachtige plagioklaas en veel blauwe kwarts.

6. Filipstadgraniet. Flyvesandet. De steen heeft zowel witachtige als rode plagioklaas. Beide plagioklaassoorten vormen iets van ringen om de violette kaliveldspaten. Typen met rode plagioklaas komen vaak uit Östergotland. 

7. Filipstadgraniet Als. Dit soort stenen met oplichtende geelwitte plagioklaas en zwarte grondmassa komt voor t.n.v. het Vàttermeer. Men noemt dergelijke stenen wel “Globen und Sterne Granit”.

d. Filipstadgraniet. Wit

Een opvallende variëteit uit het Filipstadmassief. In de grijze of geelbruin gekleurde grondmassa, die bestaat uit een mengsel van lichtgekleurde kwartsen en kaliveldspaat zien we een groot aantal veldspaten, die meestal ongeveer dezelfde kleur hebben als de grondmassa. Ze vallen vooral op door de lichtgekleurde plagioklaasringen. Zwarte mineralen komen nauwelijks voor. Nr. 3 en nr. 4 tonen iets van een langgerekte vorm, waarschijnlijk een gevolg van deformatie. Veel ovoïden van nr. 3 tonen een sterk zonaire opbouw.

e. Filipstadgraniet overige

5. Filipstadgraniet. Noordoostpolder.

Deze steen komt overeen met de beschrijving van P. Smed in “Steine aus dem Norden” van een voorbeeld van de: “zuidelijke variant van de klassieke Filipstadgraniet”. Dit type komt volgens Smed voor rond Filipstad en bij Kortfors, noordoostelijk van het Vätter meer. De kaliveldspaten zijn tot 6 cm groot en gewoonlijk afgerond, vaak kogelrond. De kleur is grijsviolet of bruin. Gewoonlijk ook wat kleinere ronde exemplaren. Een aantal kaliveldspaten heeft opvallende witte plagioklaasringen. De kwarts is blauw of grijs. De grondmassa is zwart of zwartgevlekt met witte plagioklaaskorrels.

Deze twee Filiipstadgranieten met een zwarte, mafische grondmassa, en wat rondachtige bruin- of grijsachtige violette kaliveldspaten, verschillen weinig van steen 5, alleen de kleur van de kaliveldspaten is iets anders. Ze komen waarschijnlijk uit dezelfde gebieden.  De blauwachtige kwartsen vallen niet erg op en komen voor in wisselende hoeveelheden. Men noemt dit type wel “Globegraniet”.

8. Filipstadgraniet. Ertebolle. Dk.

De witte plagioklaas steekt sterk af tegen de zeer donkere grondmassa. De schaars voorkomende kwarts is blauwachtig.

f. Kristinehamngraniet (1,45 miljard jaren)

Kristinehamngraniet is afkomstig uit een gebied ten zuidwesten van Filipstad. (Richting Kristinehamn). De graniet maakt deel uit van het Filipstadmassief en heeft dan ook kenmerken die typerend zijn voor gesteenten van het Filipstadmassief. (Kleur, rijkdom aan biotiet, paarsbruine eerstelingen). Er zijn veel overgangen naar Filipstadgraniet. Kristinehamngraniet komt voornamelijk voor als een bruingevlekte graniet of als een duidelijk gestreepte gneisgraniet. (Nr. 2, nr. 3)
De bruingevlekte graniet heeft vrij grote (donker)bruine kaliveldspaten(4A) die vrij ver uit elkaar liggen. In dezelfde steen zijn ze vaak verschillend van kleur. Plagioklaasmantels ontbreken gewoonlijk. Opvallend zijn de kleine oranje/rode veldspaten(4B). De grondmassa is rijk aan lichtgekleurde of oranje plagioklaas(4C). Er is weinig kwarts. De kleine kwartskorrels(4D) liggen soms enkele cm uit elkaar. De zwarte mineralen hoornblende en biotiet vormen verspreid over het gesteente aggregaatjes. Kenmerkend zijn de xenolieten (insluitsels) van groenachtige plagioklaas en donkere biotiet. (4E)
Het gneisachtig type komt m.b.t. mineralen en kleuren met de graniet overeen. In de grondmassa kan echter meer oranje voorkomen en de kwartsjes zijn suikerkorrelig.

Ga terug naar Zuidwest-Zweden/Filipstadmassief

Contact opnemen?

11 + 14 =

Statistieken

096356
Gebruikers vandaag : 30
Deze maand : 133
Totaal gebruikers : 17861